Hoe je deze kaarten gebruikt

Neem één kaart per werkoverleg. Tien minuten is genoeg, en juist die beperking maakt dat het ook echt gebeurt. Onderzoek naar vaardigheidsbehoud laat consistent zien dat korte, herhaalde momenten meer opleveren dan één lange jaarlijkse sessie.

Klik op een kaart om hem om te draaien: de voorkant toont de situatie, de achterkant de vragen en de afspraak. Zo kun je de situatie eerst voorlezen zonder dat het antwoord al meekijkt.

De volgorde is niet dwingend, maar kaart 1 en 2 leggen wel de basis: zonder gedeelde taal over signalen en grenzen blijven de andere gesprekken vaag. Eindig altijd met de afspraak onderaan de kaart, anders blijft het bij een goed gesprek.

De twaalf onderwerpen zijn hetzelfde; de situatie op elke kaart past zich aan je sector aan.
Kaart 1 van 12
Maak een protocol