Hoe je deze kaarten gebruikt

Neem één kaart per werkoverleg. Tien minuten is genoeg, en juist die beperking maakt dat het ook echt gebeurt. Onderzoek naar vaardigheidsbehoud laat consistent zien dat korte, herhaalde momenten meer opleveren dan één lange jaarlijkse sessie.

Klik op een kaart om hem om te draaien: de voorkant toont de situatie, de achterkant de vragen en de afspraak. Zo kun je de situatie eerst voorlezen zonder dat het antwoord al meekijkt.

De volgorde is niet dwingend, maar kaart 1 en 2 leggen wel de basis: zonder gedeelde taal over signalen en grenzen blijven de andere gesprekken vaag. Eindig altijd met de afspraak onderaan de kaart, anders blijft het bij een goed gesprek.

De twaalf onderwerpen zijn hetzelfde; de situatie op elke kaart past zich aan je sector aan.
Kaart 1 van 12
Maak een protocol

De twaalf kaarten

Elke kaart heeft dezelfde opbouw: een situatie, drie vragen om samen te bespreken, en een afspraak om mee te eindigen. Hieronder de sectorneutrale versie; in de interactieve tool past de situatie zich aan je sector aan.

1 Welk signaal zie jij als eerste? Signalen

De situatie

Twee collega's beschrijven dezelfde bezoeker. De één zag iemand die "gewoon een beetje kortaf" was. De ander wist na tien seconden dat het mis zou gaan.

Bespreek samen

  1. Waar let jij als eerste op bij iemand die binnenkomt?
  2. Wanneer heb je voor het laatst een signaal gezien dat achteraf klopte?
  3. Wat maakt dat de één iets ziet en de ander niet?

Eindig hiermee

Spreek af dat iedereen deze week één signaal noteert dat hij opving, en neem die volgende keer door.

Voor wie het gesprek leidt

Laat mensen niet in theorie praten. Vraag door tot er een concrete situatie op tafel ligt.

2 Waar ligt onze grens precies? De norm

De situatie

Een klant scheldt een medewerker uit. De ene collega zegt: "Dat hoort er nu eenmaal bij." De andere vindt dat er een gesprek moet komen. Beiden werken hier al jaren.

Bespreek samen

  1. Wat accepteren wij wel en wat niet?
  2. Waarin verschillen we van elkaar, en hoe kan dat?
  3. Wat zou een nieuwe collega hierover moeten weten op dag één?

Eindig hiermee

Formuleer samen één zin die onze grens beschrijft, en hang die op waar bezoekers hem zien.

Voor wie het gesprek leidt

Verschil van mening is hier het doel, niet het probleem. Een norm die niet is uitgesproken bestaat niet.

3 De eerste zin die je zegt Reageren

De situatie

Iemand komt boos binnen en begint direct te schreeuwen, nog voordat je weet waar het over gaat.

Bespreek samen

  1. Wat zeg jij dan als eerste?
  2. Wat werkt volgens jou nooit?
  3. Wat is het verschil tussen erkennen en gelijk geven?

Eindig hiermee

Kies samen één openingszin die iedereen kan gebruiken, en oefen hem hardop.

Voor wie het gesprek leidt

Laat het echt uitspreken. Een zin die je alleen bedenkt, komt er onder druk niet uit.

4 Wachten zonder te weten hoe lang Preventie

De situatie

De wachttijd loopt op. Niemand zegt er iets over. Na veertig minuten staat de eerste bezoeker aan de balie, en die is niet de laatste.

Bespreek samen

  1. Hoe merken wij dat het wachten begint te knellen?
  2. Wie zegt er dan iets, en wat zegt die?
  3. Wat zouden we kunnen doen voordat iemand het komt vragen?

Eindig hiermee

Spreek af wie bij oplopende wachttijd actief communiceert, en vanaf welk moment.

Voor wie het gesprek leidt

Onduidelijkheid over de wachttijd is een van de meest voorkomende aanleidingen. Dit is vaak de goedkoopste winst.

5 Als je het alleen moet doen Alleen werken

De situatie

Een collega staat er alleen voor: geen collega in de buurt, geen tweede paar ogen, en de situatie loopt langzaam op.

Bespreek samen

  1. Wanneer sta jij er hier alleen voor?
  2. Wat zou je op dat moment nodig hebben?
  3. Weet iedereen hoe hij hulp inroept, en werkt dat ook echt?

Eindig hiermee

Test deze week het alarmmiddel. Werkt het niet of weet niet iedereen hoe het werkt, dan is dat de actie.

Voor wie het gesprek leidt

Een alarmknop die nooit is uitgeprobeerd, is geen voorziening maar een aanname.

6 Wat houdt ons tegen om te melden? Melden

De situatie

Uit de registratie blijkt dat er vorig jaar zeven incidenten waren. In het werkoverleg vertellen mensen er binnen tien minuten al vier die er niet bij staan.

Bespreek samen

  1. Wanneer meld jij iets wel, en wanneer niet?
  2. Wat maakt melden moeilijk of onaantrekkelijk?
  3. Wat gebeurt er eigenlijk met een melding?

Eindig hiermee

Haal één drempel weg die vandaag genoemd is, en vertel volgende keer wat er met de meldingen is gebeurd.

Voor wie het gesprek leidt

Als er niets zichtbaar met meldingen gebeurt, stopt men met melden. Dat is de kern van dit gesprek.

7 Elkaar op tijd overnemen Samenwerken

De situatie

Een collega zit klem in een gesprek dat niet meer de goede kant op gaat. Jij ziet het gebeuren vanaf de andere kant van de ruimte.

Bespreek samen

  1. Wanneer neem jij over van een collega?
  2. Hoe geef je aan dat je overgenomen wilt worden?
  3. Wat houdt ons tegen om in te grijpen?

Eindig hiermee

Spreek een signaal af waarmee je zonder woorden om overname vraagt.

Voor wie het gesprek leidt

Veel mensen vragen niet om hulp omdat ze denken dat het als falen wordt gezien. Benoem dat.

8 Wat heb jij nodig na een incident? Nazorg

De situatie

Na een incident vraagt de leidinggevende: "Gaat het weer?" De medewerker zegt ja, werkt door, en meldt zich twee weken later ziek.

Bespreek samen

  1. Wat heb jij nodig direct na zoiets?
  2. Wat helpt juist niet?
  3. Hoe merken wij het als het met iemand niet goed gaat?

Eindig hiermee

Spreek af dat er altijd een nagesprek komt, ook als iemand zegt dat het niet nodig is.

Voor wie het gesprek leidt

Dit is een kwetsbaar gesprek. Ga zelf als eerste, en geef een eerlijk antwoord.

9 Steeds dezelfde persoon Herhaling

De situatie

Dezelfde bezoeker zorgt al maanden voor spanning. Iedereen weet het, niemand heeft het opgeschreven, en er is nooit een besluit genomen.

Bespreek samen

  1. Wie kennen wij allemaal, zonder dat het ergens staat?
  2. Waarom is er nooit iets vastgelegd?
  3. Wat zou een passende stap zijn?

Eindig hiermee

Kies één terugkerende situatie en leg deze week vast wat er speelt en wat de afspraak wordt.

Voor wie het gesprek leidt

Herhaling maakt een zwaardere maatregel proportioneel, maar alleen als het is vastgelegd.

10 Gedrag dat niet kwaad bedoeld is Onbegrepen gedrag

De situatie

Een cliënt met dementie slaat tijdens de ochtendzorg. Niet uit boosheid, maar uit angst en verwarring.

Bespreek samen

  1. Verandert de oorzaak wat wij moeten doen?
  2. Verandert het wat de medewerker nodig heeft?
  3. Waar zit voor ons het verschil tussen begrip en accepteren?

Eindig hiermee

Spreek af dat ook dit soort incidenten wordt gemeld, juist omdat de impact hetzelfde is.

Voor wie het gesprek leidt

Onbegrepen gedrag wordt vaak niet gemeld omdat het "erbij hoort". Daardoor blijft de belasting onzichtbaar.

11 Als het van binnen de club komt Onder elkaar

De situatie

Onder werkdruk wordt de toon tussen collega's korter en scherper. Niemand noemt het agressie, maar iedereen voelt het.

Bespreek samen

  1. Hoe praten wij met elkaar als het druk is?
  2. Wat laten we passeren dat we bij een bezoeker niet zouden accepteren?
  3. Bij wie kun je terecht als het over een collega gaat?

Eindig hiermee

Zoek uit wie onze vertrouwenspersoon is en zorg dat iedereen dat weet.

Voor wie het gesprek leidt

Dit gesprek kan ongemakkelijk worden. Dat is precies waarom het nodig is.

12 Wanneer stop je ermee? Grenzen

De situatie

Het gesprek escaleert. De medewerker blijft praten, blijft uitleggen, blijft proberen. Achteraf zegt iedereen: je had veel eerder weg moeten lopen.

Bespreek samen

  1. Wanneer is de-escaleren geen optie meer?
  2. Mag je hier weglopen uit een situatie?
  3. Wat gebeurt er daarna, en wie vangt het op?

Eindig hiermee

Spreek expliciet uit dat weglopen is toegestaan, en leg vast wie het dan overneemt.

Voor wie het gesprek leidt

Zonder uitgesproken toestemming blijven mensen doorgaan tot het te laat is. Dit is de belangrijkste kaart.

Deze pagina is samengesteld op basis van onafhankelijk onderzoek en openbare bronnen, waaronder CBS, TNO en sectorrapportages, en is vakinhoudelijk getoetst door de veiligheids- en de-escalatiespecialisten van Act in Move Training & Coaching, initiatiefnemer van AgressieVisie. AgressieVisie verkoopt zelf geen trainingen. Bij elk cijfer staat de oorspronkelijke bron vermeld.