Agressie op het werk begint lang niet altijd met een fysieke confrontatie. Steeds vaker gaat er een online voorfase aan vooraf: een dreigende WhatsApp-app, een boze e-mail, of een naam-en-shame-post op sociale media. Volgens CBS-onderzoek naar online veiligheid en criminaliteit had in 2022 zo'n 4 procent van de Nederlandse bevolking te maken met online bedreiging of intimidatie, met jongeren als de groep die het vaakst slachtoffer wordt.

Wat online dreiging bijzonder maakt, is de impact: slachtoffers van online bedreiging en intimidatie rapporteren twee keer zo vaak slaapproblemen, depressieve klachten en angstklachten als slachtoffers van andere vormen van online criminaliteit. De inhoud van online dreigementen is bovendien vaak heftiger dan wat iemand in een fysiek gesprek zou zeggen, ook al wordt het niet altijd als minder bedreigend ervaren.

Voor professionals met publiekscontact is dit een relatief nieuw en onderbelicht risico. Vakbond FNV startte in 2024 eigen onderzoek naar online geweld op de werkvloer, met als expliciete aanleiding dat online grensoverschrijdend gedrag, van cyberpesten tot online intimidatie, vaak buiten het zicht van leidinggevenden en collega's blijft. Waar fysieke agressie zichtbaar is voor omstanders, speelt digitale intimidatie zich vaak in alle stilte af, tot het slachtoffer het zelf meldt.

Voor organisaties betekent dit dat een agressieprotocol dat alleen fysieke incidenten dekt, een groeiend deel van het probleem mist. Online dreigementen verdienen een expliciete plek in het meldproces, niet alleen omdat ze op zichzelf schadelijk zijn, maar ook omdat ze regelmatig een voorbode blijken van escalatie in de praktijk.