Politiemensen, boa's, brandweerlieden en ambulancemedewerkers krijgen regelmatig te maken met agressie en geweld. Over de slachtoffers is veel onderzocht, over de daders veel minder. Daarom liet het WODC, op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Taskforce Onze Hulpverleners Veilig, uitzoeken wie de verdachten zijn en hoe incidenten verlopen. DSP-groep en Ipsos I&O combineerden literatuuronderzoek, interviews en focussessies met politiegegevens die aan microdata van het CBS werden gekoppeld. Het rapport verscheen in november 2025.
Het beeld van de verdachte is herkenbaar, maar niet eenduidig. Het zijn vooral mannen en ze zijn relatief jong: 18- tot 29-jarigen zijn sterk oververtegenwoordigd ten opzichte van de bevolking, en jongeren treden vaker in groepsverband op. Hun sociaaleconomische positie is doorgaans kwetsbaar: gemiddeld lager opgeleid, een lager inkomen en vaker een uitkering. Ongeveer 30 procent is in de vijf jaar ervoor door de politie geregistreerd vanwege onbegrepen gedrag. Driekwart heeft antecedenten en ruim de helft was eerder verdachte van een geweldsmisdrijf. Een vast daderprofiel bestaat volgens de onderzoekers niet; daarvoor is de groep te divers.
Opvallend is het motief. Het meeste geweld is niet gepland, maar expressief of emotioneel: frustratie, machteloosheid, het gevoel onrecht te zijn aangedaan of geen uitzicht meer te hebben. Situaties escaleren tijdens het contact met de hulpverlener zelf. Alcohol, drugs en groepsdruk vergroten dat risico, en bij politie en boa's kan handhavend optreden de directe aanleiding zijn.
Ook plaats en tijd zeggen iets. De meeste incidenten gebeuren op straat, gevolgd door woningen. Bij brandweer en ambulance is dat relatief vaak in woningen en zorginstellingen, bij de politie relatief vaak op het bureau. Het risico is groter 's avonds, 's nachts en in het weekend, en rond oud en nieuw. Incidenten concentreren zich in de grote steden, vooral Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Verdachten van geweld tegen politie en boa's zijn gemiddeld jonger en hebben vaker antecedenten dan verdachten van geweld tegen brandweer- en ambulancemedewerkers.
De belangrijkste les zit in de titel van het rapport: het gaat om meer dan de dader. Geweld ontstaat uit de combinatie van wie iemand is, hoe het contact verloopt, wat er om hen heen gebeurt en de bredere context. De onderzoekers noemen daarom het herkennen van triggers, situatiebewust optreden en goede communicatie essentieel, met periodieke training in de-escalerend optreden die aansluit op de situaties waarin het werk echt plaatsvindt.
Ze sluiten af met een oproep die voor elke organisatie met publiekscontact geldt: er is inmiddels veel kennis over agressie tegen hulpverleners, maar kennis alleen verandert niets. Het komt aan op doen, door professionals daadwerkelijk en herhaaldelijk te trainen in de-escalerende methoden.